U bevindt zich op: Home Nieuws NieuwsArchief MRLs voor biociden – standpunt NL sterk vertegenwoordigd

MRLs voor biociden – standpunt NL sterk vertegenwoordigd

In specifieke gevallen moeten Maximum Residue Limits (MRLs) worden vastgesteld voor de werkzame stof in biociden. Dat is vastgelegd in de biocidenverordening (EU) No. 528/2012. In maart vond in Berlijn een Europese conferentie plaats over het (wel of niet) afleiden van MRLs voor biociden. Het Nederlandse voorstel om de MRL “standaard op 0,01 mg/kg of de LOQ te zetten, tenzij….” werd door de Europese Commissie goed ontvangen.

Op 18 en 19 maart vond in Berlijn een Europese conferentie plaats over het afleiden van MRLs voor biociden. De conferentie werd georganiseerd door het Duitse Bundesinstitut  für Risikobewertung (BfR) in samenwerking met de Europese Commissie. Tot de deelnemers behoorden vertegenwoordigers van nationale ministeries, beoordelingsinstanties, competente autoriteiten, producenten van biociden, de Europese agentschappen ECHA en EFSA en de Europese Commissie. De deelnemers hadden expertise in verschillende wettelijke kaders. De kaders gewasbeschermingsmiddelen en biociden waren het breedst vertegenwoordigd, maar ook experts op het gebied van veterinaire geneesmiddelen, de voedselcontaminanten en voedselcontactmaterialen waren aanwezig.

Volgens de biocidenverordening (EU) No. 528/2012 moeten voor de producttoelating van biociden in specifieke gevallen MRLs worden vastgesteld voor de werkzame stof. Tijdens de conferentie zijn concrete vragen aan de deelnemers gesteld. Beantwoording van deze vragen zou inzicht moeten geven in hoe het proces voor de vaststelling van biociden-MRLs zou moeten of kunnen verlopen.

Eerst moest duidelijk worden in welke gevallen MRLs afgeleid behoren te worden en welke residudata hiervoor gebruikt kunnen worden. Daarnaast moest worden bepaald of MRLs uit andere wettelijke kaders gebruikt kunnen worden en wat dat voor consequenties heeft. Vervolgens werd besproken of (nieuwe) biociden-MRLs vervolgens in de bestaande wettelijke kaders, bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen en veterinaire geneesmiddelen, geïntegreerd kunnen worden en welke stappen daar voor nodig zijn.

Nederland heeft een uitgesproken mening over hoe en wanneer MRLs voor biociden zouden kunnen worden vastgesteld, waarbij vooral rekening gehouden zou moeten worden met het ALARA principe en het koppelen van de verschillende MRL kaders. Het RIVM heeft in samenspraak met het Ctgb, VWS en de NVWA een Nederlands voorstel geformuleerd. Dit voorstel is op de conferentie door het RIVM gepresenteerd. De Europese Commissie lijkt geïnteresseerd in het Nederlandse voorstel om voor die actieve stof/weefsel combinaties, waar nog geen EU-MLRs voor bestaan, de nieuwe biociden MRLs standaard op 0.01 mg/kg (of de LOQ) te zetten. Als de aanvrager aangeeft dat deze waarde te laag is zal een residuevaluatie moeten worden uitgevoerd, resulterend in een voorstel voor een specifieke MRL.

Alle voor- en nadelen van een dergelijke aanpak moeten nog verder in kaart worden gebracht. Het doel van de bijeenkomst was primair om de Europese Commissie en relevante stakeholders te informeren.  De verwachting is dat de Europese Commissie nu een aantal zaken verder zal (laten) uitdiepen, maar zij heeft daar geen concrete uitspraken over gedaan. De resultaten van de bijeenkomst zullen worden samengevat door het BfR en later op de BfR-website openbaar worden gemaakt. De presentaties die zijn gehouden zijn te vinden op de website van het BfR.

 

 

Zoeken:

Service