U bevindt zich op: Home Nieuwsbrief Nieuwsbrief 25 februari 2016 Criteria voor hormoonverstorende stoffen in biociden deze zomer verwacht

Criteria voor hormoonverstorende stoffen in biociden deze zomer verwacht

De criteria voor hormoonverstorende stoffen in biociden worden in de zomer van dit jaar voorgedragen aan het Europese parlement. Dit belooft gezondheidscommissaris Vytenis Andriukaitis in reactie op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie, waarin het Hof stelde dat de Europese Commissie haar plicht onder de biocidenverordening heeft verzaakt door nog geen criteria vast te stellen.

De criteria zouden volgens de wet vastgesteld moeten zijn voor december 2013. De reden van uitstel is de uitvoering van een impact analyse. Dit is te lezen in verschillende media, waaronder EndsEurope.

In de Europese Biocidenverordening staat dat hormoonverstorende stoffen niet als actieve stof gebruikt mogen worden in biociden (Art. 5, lid 1d). Anders dan bij andere actieve stoffen, wordt hierbij de blootstelling aan deze stoffen in principe niet meegewogen: het verbod vloeit alleen voort uit de eigenschappen van de stof. Het is daarom van groot belang dat er eenduidige criteria zijn om vast te stellen welke stoffen als hormoonverstoorder aangemerkt moeten worden.

Impactanalyse

De Commissie wil analyseren wat de verschillende wettelijke opties betekenen voor de landbouw, de internationale handel en de administratieve lasten. Een ‘roadmap’ is ontwikkelt waarin het werkprogramma voor een impact assessment is omschreven. De roadmap beschrijft vier verschillende opties voor criteria om hormoonverstorende stoffen te kunnen vaststellen. 

De eerste optie is het gebruik van de huidige interim criteria zoals beschreven in de Gewasbeschermingsmiddelen verordening en de Biocidenverordening. Er zijn twee varianten van de interim criteria. De eerste variant betreft stoffen die zijn geclassificeerd of voldoen aan classificatie voor kankerverwekkend categorie 2 en giftig voor de voortplanting categorie 2. Een tweede variant van de interim criteria betreft stoffen die zijn geclassificeerd of voldoen aan classificatie voor giftig voor de voortplanting categorie 2, samen met effecten op de hormoon gevoelige organen. 

Een tweede optie voor criteria is de definitie zoals gebruikt wordt door IPCS/WHO (International Programme on Chemical Safety / World Health Organization). Deze definitie luidt: “ Een hormoonverstoorder is een stof of mix van stoffen die de functie van het hormoonsysteem verandert en daardoor negatieve effecten op de gezondheid van een intact organisme, zijn nageslacht of (sub)populaties veroorzaakt”.

 De derde optie is identiek aan de IPCS/WHO definitie met daarbij extra categorieën gebaseerd op het beschikbare bewijs, waarbij stoffen ook als mogelijk hormoonverstorend kunnen worden aangemerkt. De vierde optie is ook identiek aan de IPCS/WHO definitie waarbij bij de toekenning van hormoonverstorend ook rekening gehouden wordt met de potentie van de stof om hormoonverstorende effecten te veroorzaken.

700 stoffen

Op dit moment voert het Joint Research Centre in opdracht van de EU Commissie de impactanalyse uit, waarbij ongeveer 700 stoffen worden toegewezen tot de groep wel of niet hormoonverstorend op basis van de vier verschillende criteria. Van deze 700 stoffen zijn ongeveer 200 stoffen biociden. Daarna wordt voor iedere individuele optie een maatschappelijk-economisch assessment uitgevoerd om effecten op landbouw, handel en administratieve lasten, enz. mee te laten wegen in de uiteindelijke besluitvorming.

Lees meer: 

EndsEurope

ChemicalWatch

Zoeken:

Service