U bevindt zich op: Home Nieuwsbrief Nieuwsbrief 4 februari 2016 Alternatief nodig voor formaldehyde in voetbaden voor vee

Alternatief nodig voor formaldehyde in voetbaden voor vee

Omdat klauwinfecties een bedreiging blijven voor de gezondheid van koeien, blijft het ook nodig om gebruik te maken van voetbaden. Er is echter nog weinig aandacht voor alternatieven voor middelen op basis van formaldehyde. Dit bleek tijdens een bijeenkomst over klauwgezondheid op 28 januari, waarbij het Kennisnetwerk Biociden aanwezig was.

De druk bezochte bijeenkomst was georganiseerd door het blad Boerderij en het Nederlands Klauwgezondheidscentrum. Deelnemers waren veehouders (in opleiding), klauwkappers (in opleiding), veeartsen en producenten van middelen.

Aandacht voor alternatieven voor middelen op basis van formaldehyde is nodig, omdat deze stof per 1 januari 2016 is geclassificeerd als kankerverwekkend. In de KNB-nieuwsbrieven van 20 oktober en 3 november 2015 vindt u meer informatie over de gevolgen hiervan.

Voetbaden helpen voorkomen dat koeien besmet worden met infectieuze klauwaandoeningen, zoals Mortellaro, stinkpoot en tussenklauwontsteking. Het gebruik van voetbaden alleen is geen oplossing, maar wel een belangrijk onderdeel van een strategie, naast bijvoorbeeld gesloten bedrijfsvoering (goede voeding, goede stallen, geen lange wachttijden), geregeld koppelbekappen, acute dieren direct goed behandelen en het voorkomen van overbezetting. 

Geïntegreerde aanpak

Het was goed om te horen dat bij klauwgezondheid wordt gekeken naar een geïntegreerde aanpak ter voorkóming van aandoeningen, ook een vorm van “integrated pest management”, zoals bij rodenticiden. In die zin wordt dus al wel aandacht besteed aan alternatieve bedrijfsvoering om infectiedruk te verlagen. Het liefst zouden veehouders geen voetbaden meer gebruiken. Dit blijft namelijk een lastige toepassing voor boer en vee (vooral jong vee). Er wordt aan verbetering gewerkt door producenten, bijvoorbeeld door versmalling van de baden, waardoor minder middel gebruikt hoeft te worden. Ook wordt een nieuwe techniek van achterop spuiten aanbevolen. Deze andere aanpakken houden echter nog altijd in dat er middelen moeten worden ingezet. 

Weinig aandacht voor alternatieven

Het viel daarom op dat er nog weinig aandacht werd besteed aan (de effectiviteit van) alternatieve middelen. Er waren producenten aanwezig die alternatieve middelen voor voetenbaden aanbieden, maar in de voorbeelden in alle presentaties werd nog steeds teruggegrepen naar formaldehyde-houdende middelen en zelfs nog naar kopersulfaat. Een deel van de veehouders gelooft nog niet erg dat straks de middelen op basis van formaldehyde(releasers) niet meer gebruikt mogen worden. “Dat zeggen ze nu al zo lang”. Andere, innoverende boeren doen wel oproepen naar alternatieven, maar laten in presentaties nog zien dat er zelfs nog teruggegrepen wordt naar middelen die al verboden zijn “omdat er nog wat op de plank lag”.

Conclusie: het op handen zijnde verbod voor het gebruik van formaldehyde in voetenbaden begint langzaam bij de veehouders in te dalen. Het lijkt erop dat adviseurs (bijvoorbeeld klauwkappers en veeartsen) en producenten hier nog weinig op inspelen. Ligt hier een rol voor het KNB?

koe 

Meer informatie

Verslag van de bijeenkomst

Zoeken:

Service