Dit jaar bestaat het Kennisnetwerk Biociden 10 jaar. In deze en de komende nieuwsbrieven besteden we hier aandacht aan. Met interviews, columns en andere terugblikken kijken we terug op 10 jaar KNB. In deze nieuwsbrief een interview met Jan Verschoor, coördinator van het Platform Biociden. Namens het platform is hij sinds 2019 lid van de KNB Adviesgroep.

Jan Verschoor

Wat is je het meest opgevallen toen je lid werd van de Adviesgroep?

Het werkt voor mij goed dat we in de Adviesgroep op een laagdrempelige manier kennis uit kunnen wisselen. Op basis hiervan kunnen wij een interessant jaarprogramma samenstellen voor de leden van het netwerk, zoals voor de deelnemers van Platform Biociden.

Wat vind je van de manier waarop het KNB is georganiseerd?

Het bevorderen van kennisuitwisseling is de kerntaak van het KNB en daar moeten de activiteiten en ondersteuning op zijn gericht. Het is mooi dat de professionele ondersteuning door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu door de overheid wordt gefinancierd en dit werkt ook goed. Zowel bedrijfsleven als overheid zijn in de Adviesgroep vertegenwoordigd. Zo krijg je een mooi overzicht van wat er speelt en kunnen deze vanuit de verschillende perspectieven worden geduid. Op basis hiervan wordt steeds een interessant programma samengesteld.

Wat is de meerwaarde van het KNB voor jullie achterban?

Het kennisnetwerk is een nuttig gremium om efficiënt kennis uit te wisselen met verschillende doelgroepen in de biocidensector. Via het Platform Biociden delen wij de informatie ook weer met onze deelnemers. Voor onze achterban biedt het KNB de gelegenheid om knelpunten die in de praktijk worden ervaren over het voetlicht te brengen. Het is een wisselwerking. Wij vinden het belangrijk dat het KNB zich beperkt tot haar taak als kennisplatform. Het KNB is geen platform om beleid te ontwikkelen. Dat is aan de ministeries. Het Platform Biociden staat hierover in direct contact met de beleidsmakers, waar het de overkoepelende belangen van de biocidensector betreft. Voor deze belangenbehartiging zijn brancheorganisaties en bedrijven dus bij het Platform Biociden aan het juiste adres.

Wat was voor jou het hoogtepunt van de afgelopen 10 jaar KNB?

Ik ben sinds vorig jaar coördinator van het Platform Biociden en lid van de Adviesgroep, maar al wel langer betrokken in de biocidensector. Ten tijde van de totstandkoming van de Biocidenverordening was ik net nieuw in deze sector. Er vond toen in het Spoorwegmuseum in Utrecht een grootschalige bijeenkomst plaats over de Biocidenverordening. Daar werd zichtbaar hoeveel verschillende bedrijven en organisaties zich bezighouden met biociden en werd ook duidelijk dat het kennisniveau sterk verschilt. Dat beeld bevestigt dat het KNB een functie heeft.

Wat vind je van de KNB-Nieuwsbrief? Krijg je hier ook reacties op vanuit de industrie?

De nieuwsbrief geeft een helder, feitelijk overzicht van de ontwikkelingen. Het is niet zo dat wij regelmatig reacties krijgen op de nieuwsbrief, maar het aantal abonnees neemt toe. Ook is de nieuwsbrief een goed middel om na events een bredere doelgroep over het betreffende thema te bereiken. Deelnemers aan het event verspreiden de nieuwsbrief namelijk weer binnen de eigen organisatie. We zouden nog wel kunnen onderzoeken of in de nieuwsbrief meer aandacht kan worden gegeven aan ontwikkelingen in het bedrijfsleven. De focus ligt nu meer op beleidsontwikkelingen.

Op jullie website staat het volgende:
Het Platform Biociden is in 2000 opgericht om de gemeenschappelijke belangen van de biociden sector te behartigen. Als zodanig functioneert het Platform als forum voor het uitwisselen van ideeën en ervaringen tussen de aangesloten deelnemers.
Hoe doet het Platform Biociden dat en hoe verhoudt zich dit tot de activiteiten van het KNB?

Het Platform Biociden is opgericht ter ondersteuning van de deelnemers die actief zijn in de biocidensector, voornamelijk brancheorganisaties en een aantal individuele bedrijven. Onze taken bestaan uit het uitwisselen van kennis, identificeren van gemeenschappelijke knelpunten en duiden van beleidsontwikkelingen. Dat kan bijvoorbeeld gaan over de uitvoering van de Biocidenverordening of de wijze waarop het Ctgb haar taak vervult. Wanneer een ontwikkeling het overkoepelend belang van de deelnemers betreft, dan kunnen wij hierover een gemeenschappelijk standpunt innemen en naar buiten treden. Zo hebben wij bijvoorbeeld eerder dit jaar namens de sector gereageerd op een consultatie over een wijziging van Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Ook vindt er regelmatig overleg plaats met de belangrijkste overheidsorganisaties, zoals het Ministerie van I&W, Ctgb en toezichthouders. Als coördinator faciliteer ik dat proces en ben ik ook het aanspreekpunt voor organisaties van buitenaf.

Hoe zie jij de toekomst van het KNB?

Door de activiteiten te richten op kennisuitwisseling doet het KNB wat mij betreft de juiste dingen. Het moet ook niet de ambitie zijn om daar andere typen activiteiten aan toe te voegen. In de uitvoering van de huidige activiteiten, voornamelijk de events en de nieuwsbrief, moet de aandacht vooral uitgaan naar het verder verbeteren hiervan. Uitdaging blijft om steeds de juiste doelgroepen aan te spreken. Dit gaat goed als je kijkt naar het aantal nieuwe deelnemers per event en de nieuwe aanmeldingen voor de nieuwsbrief, maar het kan altijd beter. Het is daarom ook goed om de events steeds te koppelen aan een specifiek thema, zodat het programma kan worden toegesneden op een bepaalde doelgroep.

Vraag van Jan Willem Andriessen (interview 27 februari 2020): Welke invloed zie jij van het Kennisnetwerk Biociden op producenten en gebruikers van biociden?  

In het Platform Biociden zitten (vertegenwoordigers van) producenten en gebruikers van biociden. Via het Platform Biociden zijn zij vanzelfsprekend al goed op de hoogte van de ontwikkelingen en werken zij samen op het gebied van belangenbehartiging. De KNB-events bieden voor hen de mogelijkheid om in direct contact te staan met vertegenwoordigers van de overheid of andere bedrijven. Tijdens een event wordt bijvoorbeeld uitgelegd waarom een bepaalde beleidskeuze wordt gemaakt en kunnen de effecten hiervan in de praktijk worden besproken. Tijdens de pauzes van de events bestaat ook de mogelijkheid om op een laagdrempelige manier van andere bedrijven en organisaties te horen hoe zij met de regels omgaan.