Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het mogelijk om een afzetregister voor biociden in Nederland op te zetten, mits datalevering verplicht wordt. Dit blijkt uit het recent gepubliceerde pilot-onderzoek. CBS voerde dit uit in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Uit het (Centraal Bureau voor de Statistiek)-rapport blijkt dat biociden dagelijks worden gebruikt in Nederland om ongewenste organismen te bestrijden, maar dat het onbekend is hoeveel biociden daadwerkelijk worden verkocht en gebruikt. Volgens CBS bemoeilijkt dit het inschatten van risico’s voor gezondheid en milieu, en het prioriteren van beleidsmaatregelen. Ook voor toezicht en handhaving is volgens het rapport meer kennis over de afzet van biociden noodzakelijk.
Pilot-onderzoek: aanpak en conclusies
Het CBS-onderzoek beschrijft hoe een afzetregister voor biociden kan worden opgezet en welke aandachtspunten daarbij horen. De belangrijkste conclusie van het pilot-onderzoek is dat vrijwillige datalevering onvoldoende respons oplevert. Het CBS stelt dat een wettelijke verplichting nodig is om betrouwbare gegevens te verzamelen. Het rapport bespreekt ook de technische en organisatorische aspecten, zoals databeheer en privacy.
Internationale ontwikkelingen
Het CBS rapporteert dat ook andere Europese landen werken aan nationale wetgeving om de afzetgegevens van biociden te registreren. Het CBS-rapport biedt praktische inzichten die volgens het CBS van waarde zijn voor het vervolgtraject in Nederland en voor de bredere Europese discussie.
Op weg naar een nationaal register
Het CBS concludeert dat een afzetregister biociden beleidsmakers en inspectiediensten kan helpen om trends in het gebruik beter te monitoren en risico’s voor mens en milieu te beheersen. De bevindingen uit het CBS-pilotonderzoek vormen een belangrijke basis voor verdere uitwerking van een nationaal register.