Rodenticiden blijken op grote schaal aanwezig te zijn in diersoorten waarvoor deze stoffen niet bedoeld zijn. Het aangescherpte beleid heeft nog niet geleid tot een blijvende daling in deze doorvergiftiging. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Het onderzoek is uitgevoerd door de vakgroep Toxicologie van Wageningen University & Research (WUR), Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) en CLM Onderzoek en Advies.
Uitgevoerd onderzoek
Het onderzoek richtte zich op anticoagulante rodenticiden: middelen die de bloedstolling belemmeren. De onderzochte stoffen zijn brodifacoum, bromadiolon, difethialon, difenacoum en flocoumafen. De onderzoekers maakten gebruik van reeds overleden dieren waarvoor rodenticiden niet bedoeld zijn, zoals vossen, steenmarters, egels, roofvogels en uilen (niet-doelsoorten). De dieren komen uit verschillende perioden tussen 2020 en 2025. De onderzoekers hebben de gemeten concentraties vergeleken met eerdere onderzoeksresultaten om trends in de tijd te analyseren. Ook keken ze of er verschil is tussen de blootstelling van egels in agrarisch en in stedelijk gebied.
Onderzoeksresultaten
Alle onderzochte stoffen zijn frequent aangetoond in de levers van de niet-doelsoorten. De hoogste concentraties zijn aangetroffen in levers van steenmarters, gevolgd door vossen en egels. In een deel van de levermonsters van zoogdieren en roofvogels worden risicogrenzen overschreden. Uit een vergelijking van de data uit de periode 2020-2022 met de nieuwe data uit 2024 en 2025 blijkt geen blijvende afname in het voorkomen van rodenticiden bij niet-doelsoorten. Ook de concentraties aan rodenticiden nemen in die periode niet af. Ten opzichte van de eerdere data uit de vorige Nederlandse studie uit 2019 is ook geen relevante afname van concentraties te zien. Wel is de samenstelling van gevonden stoffenmengsels anders: het aandeel brodifacoum is in de loop van de tijd sterk toegenomen. Verder is er geen duidelijk verschil gevonden in blootstelling tussen de egels uit stedelijke en agrarische gebieden.
Aanbevelingen
Om de blootstelling van niet-doelsoorten te verminderen achten de onderzoekers aanscherping van handhaving en/of beleid noodzakelijk. Verder is continuering van monitoring essentieel om toekomstige trends in blootstelling vast te kunnen stellen. Hiervoor is het tijdig gericht verzamelen van dieren van groot belang.
Meer informatie
Het onderzoek is aan de Tweede Kamer aangeboden als bijlage bij een brief over de voortgang van het Impulsprogramma Chemische Stoffen:
- Lees het hele rapport hier: Vergiftiging van niet-doelsoorten met anticoagulente rodenticiden.
- BNR Nieuwsradio heeft aandacht besteed aan het rapport: Wilde dieren krijgen op grote schaal muizen- en rattengif binnen | BNR Nieuwsradio.
- Meer informatie over het beleid voor het gebruik van rodenticiden en andere rapporten en publicaties over knaagdierbeheersing staan op Knaagdierbeheersing | Biociden. Hier staat ook de genoemde Nederlandse studie uit 2019: Kans op vergiftiging met rodenticiden van niet-doelsoorten in Nederland | Biociden.