Door de Biocidenverordening en de CLP-wetgeving gelden er volgens bedrijven en brancheorganisaties steeds meer beperkingen voor het gebruik van conserveermiddelen. Dit is volgens hen een probleem omdat er daardoor niet genoeg verschillende conserveermiddelen overblijven op de markt. Dit en meer volgde uit acht interviews die het kernteam van het Kennisnetwerk Biociden voerde met bedrijven en brancheverenigingen in de conserveermiddelenindustrie.

In acht interviews sprak het kernteam van het Kennisnetwerk Biociden (KNB) met bedrijven en brancheverenigingen in de conserveermiddelenindustrie. Aanleiding voor de interviews waren de berichten over een alsmaar krimpende beschikbaarheid van conserveermiddelen. Conserveermiddelen worden toegepast in een breed scala aan producten, zoals verf, films, beschermingslagen, leer, bouwmaterialen, vloeistofkoelings- en verwerkingsssytemen, slijmbestrijdingsmiddelen en metaalbewerkingsvloeistoffen (productsoort 6 tot en met 13).

Van de markt verdwenen

Sinds er Europese wetgeving is voor biociden – en daarmee voor conserveermiddelen- zijn volgens de geïnterviewde bedrijven veel werkzame stoffen van biocideproducten van de markt verdwenen. De bedrijven uitten hun kritiek daarbij vooral op de Biocidenverordening (‘Biocidal Products Regulation’; BPR) en de wetgeving voor indeling, etikettering en verpakking (‘Classification, Labelling and Packaging’; CLP). Binnen het beoordelingsprogramma van de BPR zouden de risicobeoordelingen voor werkzame stoffen te streng zijn en de CLP-wetgeving zadelt producten met een conserveermiddel te snel op met een afschrikkend ‘gevaarsetiket’, zo volgt uit de interviews. 

De ontwikkeling van nieuwe werkzame stoffen en producten is volgens de bedrijven vrijwel onmogelijk. Als reden hiervoor noemen ze de hoge kosten om een stof en product te ontwikkelen en op de markt te brengen in combinatie met een kleine afzetmarkt. De manieren om deze kosten te beperken, zoals EUEuropese unie-subisidies, worden hierbij niet genoemd in de interviews. Ook uitten de bedrijven kritiek op de lange tijdsduur van het Europese registratietraject en de huidige verschillen tussen lidstaten wat betreft toelatingskosten.

De bedrijven stellen dat er een verkeerd imago heerst van chemicaliën bij zowel consument als beleidsmaker. Ze pleiten voor besef van de noodzaak van chemicaliën en vragen om een holistische aanpak waarin de politiek in haar beleid rekening houdt met het geheel van conserveermiddelen dat op de markt is. Daarbij moeten de sociaaleconomische impact en de gezondheidskundige gevolgen van een verbod worden meegenomen in de beoordeling en regulering, stellen de geïnterviewde bedrijven. Europese brancheorganisaties binnen de conserveermiddelenindustrie brachten deze holistische aanpak al eerder naar voren in notities aan bevoegde autoriteiten.

Ondanks dit pleidooi lijkt een gezamenlijk geluid vanuit het bedrijfsleven nog niet door te dringen in Europa. Daar komt bij dat de Europese Commissie momenteel niet van plan is de Biocidenverordening aan te passen. De geïnterviewde bedrijven geven aan dat de Europese brancheorganisaties hier meer een rol kunnen spelen.